donderdag 29 maart 2018

Over juichwilgen en strandrupsen

Interessant, hoe elke levensfase je vanzelf in aanraking brengt met andere mensen, bezigheden en inzichten.

Zo had ik nooit erg veel met de doelgroep ouderen. Die zeurden me teveel. Ik ben bewust met kinderen gaan werken, omdat ik hou van plezier, van leven in de brouwerij, van de verwondering die kinderen nog hebben. En het legitimeerde mij om zelf ook kinderachtige dingen te kunnen blijven doen. Zoals Ernie en Bert-posters ophangen, spinnen en slakken van dichtbij bekijken, rare liedjes zingen of bellen blazen. Dingen die nooit gebeuren in een bankgebouw, een kantoor, of in de Tweede Kamer. Maar als je met kinderen werkt, wordt het zelfs van je verwacht! Vandaar dat ik dit als mijn bestemming zag.


Dat kinderachtig doen heb ik lang vol gehouden, en ik doe het nog steeds (merk wel dat ik er steeds minder makkelijk mee weg kom, dat is echter een ander verhaal) maar nu ik zelf ouder word, en mijn ouders steeds meer zorg nodig hebben, begrijp ik bejaarden wel beter. Vanaf het moment dat ik zelf getroffen werd door een levensbedreigende ziekte, werd ik ook nieuwsgieriger naar ze. Hoe doe je dat, leven in het besef dat je nog maar een klein stukje toekomst voor je hebt? En hoe hou je nog een beetje lol in het leven als je merkt dat je steeds verder aftakelt, en steeds minder controle over je leven hebt? Waarom lukt het de een beter dan de ander? Hoe kan je mensen helpen aan een zinvolle dagbesteding, en aan een gevoel van verbondenheid? Levensvragen waar het uiteindelijk voor ons allemaal om draait.

Ik schreef al eerder over Het Danspaleis. Als vrijwilliger bij de dansfeestjes voor ouderen, ontdekte ik wat een leuke doelgroep het was. Hossen met een mevrouw van 103, of polonaise doen met een meneer in een rolstoel voorop... Ik word er zelf ook iedere keer weer blij van. En je kunt zoveel voor mensen betekenen met maar een klein beetje van je tijd en energie.


Inmiddels ontdek ik steeds meer van dit soort gave initiatieven. Zo gingen mijn ouders en twaalf medebewoners een week of drie geleden (in  het kader van NL Doet) mee met  een zogenaamde Gelukswandeling, georganiseerd door Misja Immink van Gelukswandelingen . Ik ging mee uit nieuwsgierigheid, en omdat ik me natuurlijk zo'n kans op geluk niet laat ontzeggen. Het was geweldig! Tijdens een route door de wijk ontdekten we dat we van treurwilgen ook juichwilgen konden maken, en dat tederriet dezelfde uitwerking had als nederwiet. Ook gingen we geluksvogels spotten in  de wijk. Soms wilden die wel met ons op de foto, zoals twee giebeldende meisjes van 13. Tenslotte liepen we in een bonte rolstoelenoptocht via het park naar de kinderboerderij. En aangezien dat toevallig de kinderboerderij was waar ik werk, schoot ik meteen in mijn rol van natuurjuf, en ging konijntjes en lammetjes halen, zodat er naar hartelust geknuffeld kon worden. Vooral mijn eigen vader zag ik hier heel gelukkig van worden...


Nog helemaal vol van de leuke middag, ging ik kijken op de Facebookpagina, en zag dat er ook Gelukswandelingen gehouden worden met ouderen in de binnenstad, op zoek naar 'Gelukkige Hangplekken'. Dan gaan ze bijvoorbeeld graffiti spuiten, en naar het skatepark. Weer of geen weer!


Overigens, toen het een paar maanden geleden wél mooi weer was, heb ik een ander leuk uitstapje ondernomen met mijn ouders, zus en meneer Fluitekruid. Het heet 'De Strandrups' en is DE manier om mensen die bijna niet meer buiten komen, toch dicht bij de zee te laten komen.


Met rolstoel en al word je op een grote wagen met rupsbanden gereden. De Strandrups rijdt vlak langs de branding, en onderweg krijg je ook nog een verrekijker, en koffie. Ook zij hebben een Facebookpagina, waar je veel vrolijke foto's kunt bekijken van de strandtochtjes.

Leven in de brouwerij, plezier en verwondering: leeftijd speelt blijkbaar geen rol!


woensdag 28 maart 2018

Van oude mensen en de dingen die voorbij gaan

Er is inmiddels veel gebeurd. Precies op de avond van mijn vorige schrijven zakte mijn vader door zijn benen. Hij werd met spoed opgenomen in een nogal geestdodend verpleegtehuis, maar sinds januari hebben we gelukkig een betere plek voor hem kunnen vinden. Anderhalve week later kwam de kamer naast hem vrij, en is ook mijn moeder verhuisd.

Zo simpel als ik het hier schrijf was en is het niet. Mijn moeder wilde eigenlijk helemaal niet naar een verpleegtehuis, terwijl het al heel lang nodig was. Daardoor was de situatie enorm geëscaleerd. Ze konden allebei alleen nog maar door het huis strompelen, vielen steeds vaker, mentaal ging het hard achteruit, en mijn moeder was - en is nog steeds - zo depressief dat we moeten oppassen niet mee omlaag getrokken te worden.

Die problemen zijn niet minder geworden, maar ze zijn nu in ieder geval in handen van een geweldig zorgteam. Dat geeft ons een beetje lucht. Mijn ouders eten elke dag een warme lunch in het restaurant, ze hebben twee keer per week fysiotherapie (ze fietsen o.a. met videofilmpjes van Rotterdam, de Betuwe, Parijs of Yellow Stone Park, dus ze komen nog eens ergens), en er wordt van alles georganiseerd: sjoelen, kegelen, bingo, themadiners, uitstapjes. Ik was echt aangenaam verrast toen ik zag wat ze allemaal aan zorg ontvangen voor een relatief kleine eigen bijdrage.

Ter vergelijking: drie maanden geleden zat mijn moeder 's middags nog in haar nachtjapon, kookte niet voor zichzelf, had zo'n pijn bij het lopen dat ze mijn vader amper opzocht (dan bracht ik haar daar maar weer heen in de rolstoel), en ondertussen belde mijn vader haar voor ieder wissewasje op vanuit het verpleegtehuis: hij kon zijn bril niet vinden, hij moest van de zuster om acht uur al naar bed, er was een meneer die de afstandbediening van de TV constant bij zich hield, etc. Hij is gewend dat mijn moeder alles regelt, en inderdaad hing zij dan vaak weer foeterend aan de telefoon met de verpleging, of, nog vaker (zucht...) met ons.

Voor mijn zus was het helemaal zwaar, want die was (en is nog steeds) bezig met chemotherapie. Toch bezocht ze mijn ouders minstens 1x per week. Haar zag ik te weinig, in die periode. We belden en mailden wel veel, staken elkaar een hart onder de riem, maakten elkaar aan het lachen.

Toen mijn ouders nog niet herenigd waren, was ik bijna elke dag óf bij mijn vader, óf bij mijn moeder, of ik regelde dat ze elkaar konden zien. Ik oefende in stoicisme en zen, als mijn moeder uit haar plaat ging. Troostte mijn vader toen hij dikke tranen huilde omdat hij de hele dag tegen mensen aan zat te kijken die niet spraken, alleen maar onderuit in hun rolstoel hingen. Hij wilde zo niet meer verder. Ik heb hem toen meegenomen in de rolstoel om alvast zijn nieuwe kamer in het leukere verpleegtehuis te bekijken, die al een paar dagen later vrij zou komen. Toen zag hij het weer iets vrolijker in. En inmiddels is hij zelfs ontzettend blij met zijn nieuwe stek!

Meneer Fluitekruid was overigens een rots in de branding. Met de verhuizing was hij echt een bikkel, maar ook die hele ellendige periode daarvoor heeft hij me geholpen waar hij kon. Bij de verhuizing hielpen ook vrienden en schoonfamilie mee. Die laatste loodjes wogen zwaar, zeker toen mijn vader op de dag van de verhuizing nog even een tia kreeg, en ik de avond van de verhuizing alweer met hem op de spoedeisende hulp zat. Maar dat is allemaal weer goed gekomen.

Nu kunnen we gelukkig meer afstand nemen. We zien dat het op alle fronten beter gaat, maar mijn moeder zal de laatste zijn om dat toe te geven. Het is voor haar allemaal heel erg wennen.