maandag 25 november 2013

Random Acts of Kindness, Take Two

Al twee weken loop ik met een paar nep-medailles op zak.
Het leek me zo'n leuke Random Act Of Kindness om er een zomaar bij een tramcontroleur of winkelbediende om de nek te hangen en te zeggen: 'Voor mij bent u Medewerker van de Week!'


Iets om je uiteraard bij voorbaat al over te verkneukelen, maar tot op heden had ik nog geen geschikte kandidaat gevonden. Ten eerste zijn de medailles eigenlijk bedoeld voor kinderen, en zit er dus maar een heel klein lintje aan. Al twee weken zit ik winkelpersoneel en tramcontroleurs te bespieden en de situatie in te schatten.
'Nee', denk ik dan. 'Een te groot hoofd', of: 'Een bril', of: 'Flaporen'.
Het lijkt me zo genant als je hem niet goed krijgt omgehangen!
En zelfs als je iemand hebt gespot met een klein hoofd, zonder bril en met poezelige oortjes, dan nog is het een enorme drempel om zomaar out of the blue een medaille om iemand's nek te hangen. Dat slaat nergens op!
Eigenlijk was het dus vooral wachten op een goede aanleiding.



En die kwam, zojuist!
Vandaag is de eigenlijke verjaardag van mijn zus (gisteren vierde ze het in de tapasbar, en was overigens blij verrast met haar 50 cadeautjes),





dus ik wilde nog even een bosje bloemen langs brengen namens mijn ouders, meneer Fluitekruid en mij.

Maar het was een beetje een stressdag.


Zo'n dag dat je de hele tijd achter de feiten aan loopt te rennen. Daardoor was ik de tijd helemaal vergeten, en kwam pas tegen sluitingstijd aan bij de bloemist. Gelukkig mocht ik nog een mooi boeket uitzoeken en een kaartje erbij schrijven, en toen... bleek ik - echt mega-stom - mijn portemonnee te zijn vergeten! (zo'n dag, dus...)
Maar deze mevrouw was een kanjer. Speciaal voor mij bleef ze nog even open zodat ik mijn portemonnee kon gaan halen. Echt superlief!
Een fooi wilde ze niet aanpakken, maar de medaille wel. Met een brede glimlach nam ze hem in ontvangst. 'Ah wat leuk...', zei ze vertederd, terwijl ze de opschriften las.
'Number one', stond erop, en 'Winner.'

Echt, een mooiere gelegenheid had ik niet kunnen bedenken!


Nog 4 dagen te gaan, dan is het experiment '29 gifts in 29 days' ten einde.
Maar ik heb de smaak van het geven wel te pakken nu, dus ik denk dat ik het maar gewoon blijf doen. :-)

zaterdag 16 november 2013

Random Acts Of Kindness, Take One



Goedemiddag’, zegt de Albert Heyn-caissière. ‘Deze bloemen? Anders nog iets?’
‘Goedemiddag. Nee, dankjewel, dit is alles’
Terwijl het meisje mijn bosje gerbera’s scant, verzin ik alvast wat ik ermee zal gaan doen. Zal ik ze aan de eerste de beste voorbijganger overhandigen? Ik kan hem ook geven aan iemand die eruit ziet alsof hij wel wat opgefleurd mag worden...
‘ Heeft u een bonuskaart?’
‘ Ja, alstublieft.’ 
‘ Moet de sticker eraf?’
‘ Ja, graag.’
Ik zou ook meerdere mensen ieder 1 bloem kunnen geven. Ik speur alvast een beetje in het rond, op zoek naar geschikte personen.
‘ Plastic er omheen?’
‘Nee hoor, dank je’
Bij de uitgang zag ik net een treurig uitziende mevrouw staan, maar die is alweer weg. Ik ga zo buiten wel even kijken wat daar allemaal rondloopt, en dan gewoon spontaan doen wat in me opkomt.
‘ Wilt u de bon?’
‘ Nee hoor, dankjewel.’
‘Alstublieft.’
Ik kijk het Albert Heijn-meisje eens goed aan.
Je zal de hele dag zo belachelijk veel vragen moeten stellen. En dan nog geduldig, vriendelijk en vrolijk weten te blijven.
Dan geef ik haar de bos bloemen terug.
‘ Alsjeblieft. Voor jou’.
Ze kijkt blij verrast.‘Voor mij? Wat lief!’
‘Omdat je zo hard werkt', voeg ik er verlegen aan toe.
Het klinkt heel kinderachtig.
Ik weet me ineens geen houding meer te geven, en ga er als een speer vandoor.
Geven aan wildvreemden is doodeng, maar het begin is gemaakt.

 

zaterdag 9 november 2013

Kattenkwaad en hondenvoer

Als mijn moeder over haar kindertijd praat, wordt ze meteen weer een ondeugend meisje.
Haar ogen beginnen te stralen als ze vertelt hoeveel ze buiten speelde, en welk kattenkwaad ze allemaal met haar zusjes en vriendinnetjes uithaalde. ‘Woont hier juffrouw Groen?’, riepen ze bij het belletje trekken. ‘Kom maar naar beneden, dan kan je de deur dicht doen.’ Steeds als ze het erover heeft, begint ze weer te schateren.




Mijn moeder heeft het spelen nooit echt willen opgeven. Er is veel te vroeg een eind aan haar jeugd gekomen, en ze heeft in haar leven zware verantwoordelijkheden gedragen, maar diep van binnen zit nog steeds dat kleine meisje dat graag kattenkwaad uithaalt.
En soms denkt ze: 'Weet je wat, ik doe het gewoon'.
Vaak is het ook lief kattenkwaad. Een paar jaar geleden zat ze in de trein, en zag schuin achter zich een hand over de leuning bungelen. De hand van een slapende vrouw. Daar heeft ze toen stiekem een paar dropjes in gestopt. Ze liep zich er nog dagenlang over te verkneukelen.


Tijdens het lezen van 'Join me' moest ik meteen aan mijn moeder denken. Schrijver Danny Wallace noemt de Random Acts of Kindness een 'vriendelijke variant van kattenkwaad'. Het ondeugende is voor hem een belangrijke component, dat maakt het  voor hem juist aantrekkelijk. Ik kan je vertellen: mijn moeder voerde dit soort acties al uit toen Wallace nog in de luiers liep!

In mijn vader heeft ze gelukkig een partner in crime gevonden, want hij is al net zo'n 'groot kind'. Zo vertelden mijn ouders alweer een tijdje terug dat ze samen in het gras wolken hadden liggen kijken, en er allemaal grappige vormen en figuren in ontdekten. En ze hadden gehoord dat je wolken kon laten verdwijnen door ernaar te kijken. Dus hebben ze samen net zo lang naar een wolkje liggen turen totdat het helemaal verdwenen was.
Toen ik op Dag 1 van de Geefmaand bij mijn ouders op bezoek was, vroeg ik in een opwelling 'Doen jullie mee?' (Je moet het bij mijn ouders alleen geen 'Geefmaand'  noemen, maar 'Gekke Dingen Doen' , dan pas beginnen de oogjes te stralen. Ze wilden meteen mensen spinnen en dode muizen op gaan sturen, maar ik legde uit dat de enige regel was dat het wel aardige dingen moesten zijn. Ook daarvan wisten ze er gelukkig een heleboel te verzinnen.) Ze zeiden dat ze er nog even over moesten nadenken. Ze wilden waarschijnlijk wel meedoen, maar niet elke dag.
 Vandaag peilde ik voorzichtig of ze de afgelopen week nog Gekke Dingen gedaan hadden.
' Jazeker', zei mijn moeder. ' Ik heb twee grappige Mickey Mouse-tasjes gekocht en weggegeven aan twee kinderen. En je vader heeft bij de buurman stiekem drie blikjes hondenvoer voor de deur gezet. De buurman heeft namelijk een grote hond en een kleine. Dus dachten we: 2 blikken voor de grote en 1 blik voor de kleine.'
Ik voel me vandaag een heel eind opgeknapt, want dit is echt het allermooiste geschenk wat je mij kunt geven. (nee dank je, niet het hondenvoer...)
Nu alleen nog mijn eigen gift van vandaag...
Ik ga 'Join Me' van Danny Wallace weggeven!
Wil je het graag hebben, laat het hieronder even weten. Bij meerdere belangstellenden ga ik het verloten. Ik moet erbij zeggen: het is wel in het Engels, maar erg grappig en toegankelijk geschreven.


Lang Leve het Lieve Kattenkwaad!
 
 
(Het is vandaag Geefdag 9. Alle verslagen tot nu toe vind je hier. )

maandag 4 november 2013

Geefmaand

Inmiddels zijn we alweer aangeland bij Dag 4 van de Geefmaand. En ik moet bekennen: zo makkelijk als het geven me in oktober afging, zo moeilijk valt het me nu. Ik voel me gammel, grieperig, hormonaal, zielig, verongelijkt, kortom: het schaarste-denken overheerst.

Als ik ’s morgens wakker word met nog steeds diezelfde gierende wind en zeikregen, heb ik al meteen een heleboel gezellige gedachten, variërend van:
 ‘Je zult zien dat de dijken gaan breken, we zijn gek dat we hier blijven wonen onder die enge stijgende zeespiegel , we moeten maken dat we hier weg komen!’ ‘,  tot:
 ‘Alweer een zomer voorbij, het jaar is ook alweer bijna om, voor je het weet ben ik 65 en straks is er voor mij niet eens pensioen, en eet ik alleen nog maar uit vuilnisbakken.’



En vanuit zo’n modus moet je dan de dag beginnen en andere mensen blij gaan maken…
Best een uitdaging.

(Overigens weet ik heus wel  dat ik helemaal niet als 65-jarige uit vuilnisbakken kán eten, als Nederland dan toch allang door de zee verzwolgen is, dus ik maak me natuurlijk zorgen om niks. Maar toch.)

Ik merk dat ik me mezelf er gedurende de dag steeds aan moet blijven herinneren: ‘Fluitekruid, kijk om je heen. Het is Geefmaand!’  Want diep van binnen is mijn eerste impuls dat ik vandaag vooral zelf niet wil worden overgeslagen, en dat de eerste de beste  die me daarbij in de weg staat, dikke vette ruzie krijgt.
Toch probeer ik het. Ik let erop dat ik in ieder geval de buschauffeur vriendelijk groet, dat is toch wel het minste wat ik kan doen?  De buschauffeur groet terug, maar kijkt chagrijnig. (Zie je? Je doet je best, maar een beetje dankbaarheid, ho maar…)

Een verstandelijk gehandicapte jongen stapt tegelijkertijd met me in de bus. Als we zitten, begint hij meteen honderduit tegen me te praten. Over hoe hij gevallen is met zijn fiets. Doordat een oude meneer niet uitkeek. En dat zijn trainingsbroek nu kapot is. Maar dat hij nou lekker wel een nieuwe trainingsbroek krijgt. En in de lente ook  een nieuwe fiets. Want zijn oude fiets is total loss. Daarom zit hij nu in de bus. Hij is extreem vrolijk, en ik kan er niets aan doen, maar juist dat contrast met mijn stemming werkt verschrikkelijk op mijn lachspieren. 
Okee, het is Geefmaand, dus daar gaan we: ik bied een luisterend oor, stel af en toe een vraag. En als ik bijna op mijn bestemming ben, vertel ik hem in een opwelling ook iets over mezelf. Dat ik er bij de volgende halte - de kinderboerderij - uit moet, omdat ik daar werk.
‘Moet je werken in de régen?’, vraagt hij bezorgd.
Hij kijkt helemaal opgelucht als ik zeg dat ik binnen ‘mag’ werken, omdat ik daar les geef.  Met echte dieren, zoals een konijn, een kikker en een slang.
‘Dat is altijd leuk!’, roepen twee kinderen achter ons. Ik herken twee kinderen die vaak komen, met school en hun ouders.  
Ik zeg ze allemaal gedag. Als de bus wegrijdt, maakt de jongen vanachter het beslagen raam nog een paar enorme zwaaibewegingen.Ik blijf achter met een brede grijns op mijn gezicht, en een warm gevoel in mijn hart. 

Tja, het is altijd de vraag wie er nu aan het Geven is. 
Dus geef ik die dag voor de zekerheid nog maar een paar kleine dingen:
- ik geef een geit een uitgebreide knuffel, en kriebel haar achter haar oortjes;



  - ik vraag eerst of ik mijn collega ergens mee kan helpen in plaats van meteen in mijn eigen werk op te gaan;
- ik neem een schoonmaakklus op me en zing intussen mee met de radio. 'Don’t worry, be happy’, draaien ze toevallig net. (Of mijn zangkunst nou zo'n geschenk is, is de vraag, maar hee, ik doe hier wel even zingend een rotklus, hè?)


Aan het eind van de middag ga ik met de tram naar huis. Door het gangpad loopt een jongen met een kartonnen beker: ‘Heeft u geld voor een slaapplek?’ Gek, dat zie je bijna nooit, bedelaars in de tram. Terwijl er allerlei gedachten door me heen gaan (‘Nou breekt mijn klomp, als DIT geen geefmoment is...  Tenminste…  Straks koopt hij er natuurlijk gewoon drugs van. Slaapplek, m’n zolen!  … Maar ja,  als hij straks high wordt en daar harstikke blij mee is, dan vindt hij dat zelf best wel een geschenk. O ja, dat is ook weer zo… Kan zijn, maar het gaat erom wat IK vind! … Nou ja, als het echt voor een slaapplek is wil ik hem wel helpen… O, ik heb geloof ik nog maar 35 cent. En drie witte broodjes, zonder beleg.  Misschien een beetje karig. Of zal ik…’ ), loopt  de jongen als een speer het gangpad door en de tram weer uit.
Te laat.
Ik moest er teveel over nadenken.


Mijn gedachten gaan daarna nog een tijdje door.  'Het vervelende in Rotterdam is dat je er bij bedelen meestal vrij zeker van kunt zijn dat het voor drugs is... Maar aan de andere kant: kom op zeg! De regen komt met bakken omlaag, en iemand zoekt een slaapplek! Het is Geefmaand, en ik laat hem lopen! Ik vraag me af wat de andere deelnemers van de Geefmaand zouden doen… Wat had ik nog meer kunnen doen, behalve die 35 cent geven, of die broodjes?'

Ineens zie ik voor me hoe ik die bedelaar meeneem naar het Hilton en een kamer met roomservice voor hem boek. Dat zou een waanzinnig mooi geschenk zijn geweest…Jammer genoeg ben ik niet zo rijk, maar alleen het verzinnen van dit soort plannen is al leuk.  Mijn eigen huis beschikbaar stellen zou nog nobeler zijn, maar helaas, zo goed van vertrouwen ben ik (nog?) niet.


De hele weg naar huis ben ik plannetjes aan het verzinnen. Hele goeie. Alvast voor de rest van de maand.