woensdag 29 mei 2013

Wildplukken is hot!

Ha, weer eens goeie inkopen gedaan. Want door te consuminderen op het één (in mijn geval vaste lasten en status) kan je je op een ander gebied weer te buiten gaan aan decadente uitspattingen (in mijn geval terrasbezoek en boeken). Zo heb ik in twee weken tijd maar liefst TWEE boeken gekocht over eetbare wilde planten. Hierdoor ben ik dan wel weer zo enthousiast aan het wildplukken geslagen, dat ik dat geld er in mum van tijd weer uit heb! Dus eigenlijk waren ze gratis. 

http://www.casaforesta.nl/producten/boek/casa-foresta-het-grote-wildplukboek

In Het grote wildplukboek behandelt Edwin Florès (bekend van Casa Foresta, waar je ondermeer paddenstoelenkweekpakketten kunt bestellen) meer dan 200 wilde eetbare planten, bessen, noten, wortels en paddenstoelen. En chefkok Jonnie Boer van de Librije beschrijft in duidelijke recepten hoe je de inhoud van je wildplukmand verwerkt in verrukkelijke siropen, jams, zouten, boters en nog meer lekkers. De mooie foto's nodigen je meteen uit om te beginnen. Tip: vergeet vooral niet eerst de wildplukregels te lezen, en - ook niet onbelangrijk -  wat je doet in geval van vergiftiging. Laat je hierdoor ook niet afschrikken; als je alleen planten eet die duidelijk herkenbaar zijn, kan er eigenlijk niks mis gaan.


https://www.facebook.com/Onkruidboek
Het Onkruidboek van Suze Peters, Lotte Stekelenburg en Caroline Zeevat  laat zien dat onkruid je vijand, maar ook je vriend kan zijn. Er staan dus zowel bestrijdingstips in als recepten. Ook staan er veel interviews in met bekende en onbekende tuinders, kwekers, koks, kunstenaars en onderzoekers. Het boek leert je niet alleen onkruid te herkennen, maar ook te benutten, en er zelfs van te genieten. Het boek heeft mij in ieder geval geïnspireerd om meer om me heen te kijken en op zoek te gaan naar eetbare natuur. Zo wist Firma Fluitekruid bijvoorbeeld niet dat fluitenkruid eetbaar is! Dus waarschijnlijk zal er binnenkort wel een fluitenkruidrecept op dit blog verschijnen. Horen jullie hierna niks meer, dan heb ik per ongeluk gevlekte scheerling gebruikt. 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Gevlekte_scheerling


 

 

To be continued: In de keuken van Grobelia

zondag 19 mei 2013

Maaltijd voor bijna nop

Ken je dat? Dat je soms denkt: 'Hé bah, ik heb helemaal niks in huis' ?

Die gedachte speelt door mijn hoofd, op een bewolkte zaterdagmiddag. Ik heb totaal geen zin om de deur uit te gaan. In de groentela ligt alleen nog bleekselderij. Vanaf de keukentafel staart 1 rode ui me zielig aan. Op de fruitschaal: twee appels met flinke bruine plekken. Vorige week gratis gekregen op de markt omdat ze toen al beurs waren. Ben ik ze ook nog eens vergeten, en zijn ze bijna voor de helft bruin. Hier wordt Sinterklaas niet vrolijk van.

En verder ... is er nog brood en boter. En een heleboel aardappels - nog wel van die heerlijke
Hoeksche Rooie - die al beginnen uit te lopen. Daar moet ik echt iets mee doen, maar wat?

Annemiek van Deursen van Consuminderhuis Parkstad levert de nodige inspiratie. In haar nieuwsbrief 'Mijmeringen'  geeft ze het basisrecept voor aardappelsalade: aardappel, appel, bleekselderij, rozijnen, bieslook, dressing, peper en zout. Daar kan je zelf nog bij gooien wat je in huis hebt. Natuurlijk, dat ik daar zelf niet opgekomen ben! En wat het leuke is: ik hoef er niet eens voor naar de winkel.

De aardappels kook ik in de schil, niet te gaar, en laat ze afkoelen. Ondertussen hak ik de nog eetbare stukken appel , bleekselderij en rode ui in stukjes. Achterin mijn keukenkastje vind ik nog rozijnen. In mijn straat pluk ik bieslook, daslook, Oost-Indische kers en drie soorten sla.


Ik schep alles door elkaar met wat dressing, zout en peper en voilá: een bak salade.




Van de overgebleven bleekselderij maak ik nog een soepje. Ik besmeer boterhammen met salieboter, gemaakt met salie uit eigen straat. Zo heb ik een lekkere maaltijd voor bijna nop!




's Avonds belt mijn buurvrouw aan. Ze heeft gratis tomaten, pepers, een courgette en een paprika van de markt meegenomen. Mag ik zomaar hebben!




Daarvan maak ik een lekker soepje voor morgen.



En op zondag (na wat bescheiden boodschappen) is dit mijn (op de Japanse Bento geinspireerde) lunchpakket:
- aardappelsalade met ei
- brood met salieboter

- vegetarische gehaktballetjes



Het is prachtig weer, dus ik zoek een plekje aan de Maas om het op te eten.




Ken je dat? Dat je soms denkt: 'Ik heb niks in huis?' En dat dat dan vervolgens heel erg blijkt mee te vallen?

woensdag 15 mei 2013

Kabouterhuisjes

'A woman must have money and a room of her own if she is to write fiction.', schreef Virginia Woolf al eind twintiger jaren. En ik zou willen toevoegen: wat mij betreft geldt dit ook voor de
bloggende vrouw anno 2013.
Ik woon nu al ruim zes jaar in een eenkamerwoning, op een oppervlakte van 36 vierkante meter, en voor mij is dat genoeg. Alles wat ik nodig heb zit erin:
 
 



Ik hoef niet samen te wonen, ook niet groter te wonen. Sterker nog: ik zou zelfs nog wel kleiner willen wonen!
En wat blijkt: er zijn heel wat mensen die nog een stuk kleiner wonen dan ik. 'The Tiny House People' is een groeiende beweging van mensen die het leven simpel willen houden en hun tijd willen besteden aan andere dingen dan alleen maar hard werken om hun hypotheek te kunnen betalen. De documentaire 'We, the Tiny House People' is voor mij een feest van herkenning, maar heeft me ook op nieuwe ideeën gebracht over hoe je op een creatieve manier optimaal gebruik kunt maken van een kleine ruimte. Kijk, geniet en verwonder je!

vrijdag 10 mei 2013

Lekker Niks-Week: deel 2

Voor wie nog niet overtuigd is van het belang van af en toe op (digitaal) informatie-dieet gaan, zie hier wat Internet doet met ons brein.
Dus ga ik op zaterdag nog steeds niet internetten, maar naar de Rotterdamse Oogstmarkt op het Noordplein om melk, kaas en verse aardbeien te kopen.


Meneer F, een vriendin en mijn schoonouders zijn daar ook. De zon schijnt en er hangt een goeie sfeer. We pakken een terrasje. ’s Avonds trek ik me weer terug in mijn eigen stulpje. 

  
Zondag maak ik een kokossmoothie met banaan als ontbijt, en ga - bescheiden - aan de gang met de plantjes in de straat. Beetje onkruid eruit trekken, hier en daar wat water geven.

 


Vanuit mijn ooghoek zie ik een meneer van mijn leeftijd en een wat oudere mevrouw in mijn straatje staan, vrolijk babbelend en rondkijkend. De mevrouw vraagt of ik het niet erg vind dat ze rondkijkt. Ze heeft hier namelijk gewoond, vroeger. ‘Ken je het verhaal van Het Wonder wat hier gebeurd is, vroeger?’ vraagt de man opgetogen. Het blijkt de zoon van de vrouw te zijn. Zijn moeder begint te vertellen: ‘Hier in deze straat woonde vroeger Ome Jan. Dat was de man van de zus van mijn opa.' Ze laat haar stem dalen. 'En iedereen had het over Het Wonder van Ome Jan...’  

‘Het was een soort bedevaartsoord, zelfs de nonnen uit Limburg reisden erheen om Het Wonder te mogen zien‘, grinnikt de zoon. Wat was er gebeurd: Ome Jan had herhaaldelijk een Maria-verschijningen gezien. Die Maria-verschijning had aangekondigd dat ze op de zevende dag, tijdens de zevende verschijning, een teken zou geven. En op de zevende dag verschenen er op raadselachtige wijze ZEVEN bloedspetters op de muur. Iedereen had het over hoe dat nou toch kon, dit mirakel. 'Totdat aan het licht kwam dat hij zelf die vlekken had gemaakt, en de bedevaartgangers bij elkaar al voor 150.000 gulden had opgelicht. Toen moest hij de gevangenis in.’ De mevrouw raakt niet uitgebabbeld.

'Ik laat haar bij je achter, ik kom haar om negen uur vanavond wel weer ophalen', zegt de zoon lachend. Dan gaat zijn moeder toch maar met hem mee.

Na dit interessante voorval ben ik zo opgepept, ik heb meteen de moed om wat kleine klussen aan te pakken. Eerst doe ik wat ongewenste reclame ongefrankeerd op de bus, retour afzender. Dat zal ze leren!  Moeten ze maar geen analfabete bezorgers aannemen.


Ik voel me hierover zo tevreden, dat ik zomaar zin heb om de ramen te gaan zemen! Dat moet je dan ook meteen doen, want zo’n magische opleving is altijd zo weer voorbij. Met een lekker muziekje erbij is het goed te doen. Als beloning mix ik (na de lunch, hoor) de kokossmoothie om tot pina colada. Daarna lukt het me helemaal goed om me over te geven aan het dolce far niente! Het belooft een heerlijk rustige zondag te worden. Ik lees weer verder in mijn boek.

Een eindje verderop komen nog wat buren buiten zitten. Na een tijdje vragen ze of mijn muziek wat harder mag. We raken in gesprek, het wordt gezellig. Ik geef me gewonnen. Dit wordt geloof ik géén rustige, ook niet zo'n heel coherente, maar wel gemoedelijke zondagmiddag. Een beetje alsof je op de camping staat. Is ook goed!

Eén van de buurvrouwen heeft een verzoeknummer:
Sunscreen.

Dat is de enige keer dat ik even online ben geweest, maar dat was voor de goede zaak: bevordering van het goede offline contact met mijn buren. :-)

Rond vier uur zet de sunscreenbuurvrouw pannen op de pickniktafel. ‘Ik heb gekookt, want ik had trek’, zegt ze. Ze heeft gemarineerde tofoe met rijst en paksoi gemaakt. ‘Wil er nog iemand eten?’



Een buurman haalt borden en bestek.
Ik maak een salade en bak falafels.
Weer een andere buurvrouw maakt ook een salade.
Er is zelfs een buurvrouw met rosé!

 


Om half vijf zitten we met zijn allen te eten. Er schuift nóg een buurvrouw aan, zij doet de afwas. We hebben gesprekken over van alles, zelfs over God en de snarentheorie.



Tijdens de koffie (gezet door de buurman) vertelt  de buurvrouw die de afwas heeft gedaan dat ze eigenlijk op zoek is naar een leuke nieuwe hobby. Aha, ik weet wel iets! Ik ren naar binnen om mijn twee ukuleles te halen.  Aan de pickniktafel  geef ik haar wat snarentheorie. We spelen Jambalaya, met twee akkoorden. En ja hoor, ze is om! Ze mag de uke van me lenen, plus een blad met akkoorden om te oefenen. Het lijkt haar erg leuk om daarna ook naar de ukulelegroep te komen waarmee ik eens in de twee weken oefen. Ik lijk wel een Jehovah: alweer een zieltje gewonnen! En terecht. Van ukulelespelen wordt een mens gelukkig! (En kikkers, en varkens...)



Even later gaan alle buren weer hun eigen ding doen. Twee van hen gaan naar een balkanband op het bevrijdingsfestival. Ik ben dol op balkanmuziek, maar voel toch geen behoefte om mee te gaan. Er hangt zo’n heerlijk landerig zomersfeertje in de straat, waarbij alles op zo'n loom, natuurlijk ritme verloopt. Ik kijk om me heen, snuif de geur van de lente op, en voel me domweg gelukkig

https://www.youtube.com/watch?v=j2JXy1Z9ovs

Tot zover de highlights van de informatie-dieetweek. Zie hier de ervaringen van Marianne en De Verdubbeldame.

woensdag 8 mei 2013

Lekker Niks-Week

Vorige week had ik vakantie, en wilde van de gelegenheid gebruik maken om eens even niets te hoeven. De enige afspraak die ik had staan was voor de tandarts, verder was mijn agenda helemaal leeg. Het idee was dat er dan ruimte vrij zou komen voor spontane dingen. En ik was benieuwd wat voor soort dingen dat dan zouden zijn. Tijd- en energievreters als internet, krant en tv zijn heb ik een weekje in de ban gedaan. De Verdubbeldame, Jocyta, Mariëlle, Jacqueline, Marlies en Conny haakten hierbij aan.

Het allerfijnste was dat ik elke ochtend vanzelf wakker werd. Niet van de wekker. Niet van een herrie-schoppende meneer Fluitekruid. Niet van bellende moeders of 
spelende neefjes (al klinkt zeker dat laatste geluid me meestal wel als muziek in de oren, hoor...). Niet van een knagend schuldgevoel. Nee, gewoon wakker worden omdat je uitgerust bent. Wat een luxe!  
Het vaste ritueel was dan: koffie zetten, en gewoon even naar de stilte luisteren. Soms was ik al vroeg wakker, en hoorde dan rond half zes de eerste vogels. Daar bleef ik dan een tijdje naar luisteren. Pas als ik honger kreeg, werd ik actief.  ‘Actief’ hield in dat ik ontbijt ging maken en voor mijn huis in de zon ging zitten lezen. 




Inspirerende boeken waren het soort informatie dat 'mocht', die heb ik dan ook volop gelezen. Het mooist vond ik Goed eten van Dorien Knockaert. Dit boek is geschreven met ongelofelijk veel liefde voor eten, en voor het leven. 
 


Knockaert beschrijft  haar persoonlijke zoektocht naar eerlijk voedsel.  Deze voert haar onder andere langs varkensfokkers, kippenboeren, melkveehouders  en vissers. Ze raapt zeewier op het strand, en leert daarmee  - van een Japanse dame - sushi maken.  Ze neemt deel aan een voedselteam, gaat kippen houden, bezoekt een voedselbewegingscollectief en leert koken met kliekjes. Zo verandert gaandeweg haar leefstijl. Het boek is geen moment belerend, maar oprecht en integer geschreven.  Zo geeft ze bijvoorbeeld toe dat ze niet zo’n heel consequente vegetariër is. En dat ze het moeilijk vindt om van de kaas af te blijven (‘met zijn brokkelige korstjes en zoute smaak en foute geur die aan de vingers blijft hangen…’), maar toch probeert af te kicken.  Want als er iets ten koste gaat van dierenwelzijn, klimaatbeheersing, soortendiversiteit en drinkwatervoorziening, dan is het wel de vlees- en zuivelindustrie. Toch schrijft ze warm en respectvol over de boeren die ‘in de greep zijn van de grote supermarktjongens, en afhankelijk  van de grillen van het weer en de consument’. Zolang wij van die overdreven eisen blijven stellen, zoals elke dag kaas en/of vlees willen eten, staan boeren met hun rug tegen de muur. Pas als vlees en zuivel weer luxe producten worden, voor het weekend, of voor speciale gelegenheden, pas dan zal er ruimte komen voor kleinschaligheid en diversiteit. Kortom, 'Goed eten' geeft heel wat stof tot nadenken, en staat ook nog eens vol recepten die doen watertanden. Vier-Vijfde Veganist worden lijkt zo'n slecht idee nog niet...



Met de Verdubbeldame had ik gesproken over een ‘retraite’. Deze week zou een retraite worden, het waren mijn eigen woorden.! Toch heeft deze week niet helemaal zo gevoeld. Want dan denk ik aan: je terugtrekken, geen deel nemen aan het stadsleven en zo. Maar ik heb - juist , ook, vooral - bijzonder genoten van het stadsleven. En van de  warme en ongedwongen ontmoetingen. Het grappige is: als je alleen maar voor je huis in de zon gaat zitten, maak je al de leukste dingen mee. Of als je gewoon aan het tuinieren bent, naar de markt gaat of van de tandarts vandaan komt (Ik had ook nog eens geen gaatjes, hij zei dat ik het 'keurig bijhield'. Driewerf hoera voor het natriumbicarbonaat...Maar dit terzijde. ).

Zomaar een paar mooie momenten:

Woensdag ga ik - zo rond half zes - een grote tas gratis groente en fruit skippen op de Afrikaandermarkt. Groente die anders weggegooid zou worden, omdat er hier en daar een plekje aan zit.  Op de markt kom ik ook andere skippers tegen. Sociale, die hun buit delen of me goede plekken wijzen. Maar ook minder sociale. Een Turkse mevrouw staat bij een kist appelen - tot de rand gevuld -  en roept: ‘Nee! Die zijn niet gratis!’  Waarop een Surinaamse meneer zich naar mij omkeert  en hard roept:  ‘Ja hoor, die mag je wel meenemen, hoor. Ze zijn GRATIS! ‘ Hij kijkt de mevrouw uitdagend aan. En dan, samenzweerderig tegen mij: ‘ Ik denk, ik sein je even in. Zij wil alles zelf inpikken, dat doet ze namelijk altijd!’  Ik bedank hem voor de tip en geef hem een tros druiven. Als ik de Turkse mevrouw een ananas geef, kijkt ze niet meer nijdig. Het is wel een apart wereldje, dat van de marktjutters. Tevreden sleep ik alle gejutte kostbaarheden mee naar huis. De tas zit afgeladen vol met ananassen, druiven, appels, sla, selderij, de een of andere vage bladgroente en een berg tomaten.

Terug in mijn straatje vul ik de buit aan met daslook, zevenblad,  en een veldboeket  voor op tafel. 



In mijn keuken zet ik de bloemen in het water, maak alle groente en fruit goed schoon en kook de tomaten tot prut. Daar ga ik morgen soep van maken. Vanavond eet ik een restje couscous met een (kinderboerder-)eitje, daslook, zevenblad en VBGIO (vage bladgroente, gesmoord  in oestersaus).

Donderdag (na het tandartsbezoek en een spontaan bezoek aan mijn moeder, die ik op een appelflap trakteer om te vieren dat ik geen gaatjes heb) loop ik  toevallig langs een atelier waar plantenbakjes in de etalage staan, gemaakt  van oude plastic melkflessen, heel leuk opgepimpt door kinderen.
 


Terwijl ik een foto maak, stuift een mevrouw naar buiten. Ik wil me verontschuldigen, maar ze sleurt me bijna naar binnen. ‘Nee joh, maak gerust foto’s,  binnen heb ik er nog een heleboel!’ Enthousiast laat ze me zien waar zij en de kinderen allemaal mee bezig zijn:

Nog meer opgepimpte plastic melkflessen
Vazen gemaakt van oude melkpakken
Een mand, gevlochten van plastic zakken
In het atelier geven ze ook naailes, vertelt ze. En er gaat een open inloop komen, á lá Repair Café (daar heb ik wel oren naar, ik wil met de naaimachine overweg leren kunnen). Ik vertel haar dat ik na de meivakantie met kinderen kunst ga maken van afval. ‘O, laat maar weten als ik je ergens mee kan helpen’,  roept ze meteen. We wisselen enthousiast email-adressen en telefoonnummers uit.
Is  dit een retraite, vraag ik mezelf af, op weg naar huis. Misschien niet echt. Maar ik loop wel over straat  met een glimlach van oor tot oor. Ik krijg energie van dit soort spontane ontmoetingen! Die vinden eerder plaats als je ervoor open staat. En dat is geloof ik meer mijn idee van kwaliteitstijd dan thuis zitten navelstaren op een matje.

Toch hou ik ook van thuis zijn. Gewoon lekker klooien. Eerst maak ik de geskipte tomatensoep af. Dat prei snijden, wortels schillen, gehaktballetjes draaien en selderij hakken; het heeft wel iets meditatiefs. Koken geeft rust.

De buuf loopt net voorbij, ze ruikt dat ik aan het koken ben. Ik vraag of ze soep wil. Ze wil wel een bakkie meenemen voor thuis. De rest maak ik later op de avond soldaat met meneer F.

WORDT VERVOLGD (klik HIER)